Interview met GPD Londen correspondente Esther Gotink

fl_essentialinfohome.jpgVanuit het land van de droge humor en het natte weer volgt hier het tweede deel van de Engelse variant op de serie Amerika-correspondenten. Spotlight Effect interviewde GPD (Geassocieerde Pers Diensten) correspondente Esther Gotink, die sinds 2001 in Engeland woont. Esther combineerde freelance schrijven voor Trouw, Viva en Planet Internet met een baan als kok in een wijnbar en baliemedewerker in een Engelse bibliotheek. Sinds 2003 woont ze in Londen en is ze werkzaam voor de GPD. In mei van dit jaar kwam haar boek over Londen uit. Ze vertelde Spotlight Effect over de meerwaarde van de buitenland correspondent, haar ervaringen met bloggen en haar liefde voor Londen.

Wat doe je precies als buitenlandcorrespondent?

“Voor de GPD deed ik de eerste vier en een half jaar heel veel nieuws en achtergronden. De GPD probeerde indertijd een pilot project waarin ze concurreerden met het AP, maar dat is een pilot project gebleven. Nu doe ik meer de achtergrondverhalen: interviews, uitlegverhalen, en analyses en één keer in de zoveel tijd een column over mijn belevenissen hier.”

“Ik doe nu ook radio voor BNN, dat is ongeveer drie maanden geleden begonnen. En ik doe columns voor bladen. Ik ben nu net begonnen met schrijven voor Het Pensioenblad in Nederland, dat wordt uitgegeven door het Financieel Dagblad”

Wat vind je het leukste om te doen?

“De reportages zijn leuk, het reizen is leuk. Wegens bezuinigingen bij de GPD hebben ze helaas een aantal reisverslaggevers moeten ontslaan, dus ik schrijf nu ook reisverhalen, dat is ontzettend leuk. Ik doe namelijk verslag over heel Groot-Brittannië en Ierland. En columns vind ik ook leuk om te doen, omdat je daar je eigen mening in kwijt kan.”

Je blogt ook. Waarom?

“Omdat het een nieuwe ontwikkeling was eigenlijk. Het begon drie jaar geleden…we hadden bij de GPD toen correspondentendagen, en één van die lezingen was over de opkomst van het blog. Helaas bestaan de correspondentendagen niet meer, maar dat is wel de reden geweest dat veel jonge journalisten het bloggen zijn gaan uitproberen.”

“Ik blog onbetaald, op eigen initiatief, maar ik vind het heel leuk om er mensen in Nederland mee te bereiken. Ik ben er tegenwoordig niet meer zo religieus in omdat ik verschillende dingen ben gaan doen op journalistiek vlak. Maar hopelijk komt het terug.”

Hoe kom je aan je ideeën? Hoe besluit je welk nieuws geschikt is voor Nederland?

“Het is een wisselwerking. Ik volg het nieuws natuurlijk op de voet. Voornamelijk via televisie en de kranten, en af en toe via radio, en dan neem ik contact op met de GPD met een idee, soms zijn het meerdere ideeën per dag. En dan zoeken zij iets uit. Maar het is ook wel eens zo dat er iets is wat in Nederland gebeurt. Bijvoorbeeld toen er een rapport uitkwam van een politieke denktank in Londen, de SENLIS Council, over Afghanistan. Omdat Nederland betrokken is bij de Afghaanse missie, schrijf ik over dat onderzoek.”

Welke kranten lees je?

“In Thaxted las ik standaard de Times, de Independent, en de Daily Mail. Dus een rechtse en links krant en een tabloid. Tegenwoordig loop ik langs ene winkel en grijp ik wat me aanspreekt, of met een titel wat een raakvlak heeft met wat er in Nederland heeft. Ik ben ook groot fan van de London Paper, de London Lite, en Metro, dat zijn vaak net de krenten uit de Londense pap die mensen in Nederland kunnen aanspreken.”

Hoe bepaal je of een item geschikt is voor Nederland?

“Ik denk dat het fingerspitzengefuhl is, dat je het gevoel hebt dat iets kan aanslaan. Maar soms sla ik ook de plank wel eens finaal mis. Dan krijg ik van de redactie in Nederland te horen dat het voor Nederland totaal niet belangrijk is.”

Bijvoorbeeld?

“Er zijn heel veel politieke verhalen, bijvoorbeeld als Gordon Brown het slecht doet kan ik daar eeuwig verhalen over schrijven, maar in Nederland hebben ze het daarmee na twee verhalen wel gehad. Hetzelfde met Boris Johnson, die staat onder vuur momenteel. Als nieuwe burgemeester hier is dat heel wat. Maar in Nederland vinden ze het niets als ik daarmee aanklop.”

Is het makkelijk mensen te interviewen en contacten te maken?

“Je kunt niet verwachten dat je als buitenlandcorrespondent de belangrijke mensen te spreken krijgt. De enige keer dat ik de premier kan spreken is tijdens het vragenuurtje als ik word uitgekozen om een vraag te stellen. Een interview met de premier zal ik nooit krijgen. Want het is voor Brown niet belangrijk om in de Nederlandse kranten te staan. Je moet altijd zoeken naar de volgende belangrijke persoon. Bijvoorbeeld toen ik een verhaal over Ian Fleming, de schrijver van James Bond, wou doen. De twee vrouwen die het bedrijf runnen die kreeg ik niet te spreken want daar zat de Engelse pers bovenop. Maar een neef kon ik wel interviewen. Dus je zoekt altijd naar een alternatief.”

Hoe zien de Britten Nederland?

“Coffeeshops, abortus en euthanasie. Maar ze zijn wel heel positief over Nederland. Ik denk dat dat is omdat we op eenzelfde lijn zitten, qua humor. En wat Londen betreft, ook qua direct zijn. Wat dat betreft zijn Londenaren anders dan mensen buiten Londen. Londenaren kunnen heel direct zijn, en dat waarderen ze ook in Nederlanders. Ik denk dat ze Nederlanders wel een intrigerend volkje vinden omdat ze zeggen waar het op staat. En liberaal zijn.”

Wat vinden ze in Nederland van Engeland?

“Dat het eten niet te eten is, dat de bommen er elk moment kunnen vallen, en ze hebben het over de stiff upper lip. Maar ik krijg vooral te horen dat ik overal sorry op zeg. Mijn moeder zegt iedere keer ‘hou in godsnaam eens op met dat sorry zeggen.’ Dat is er echt ingesleten. Dat is heel erg Brits. Maar mensen vinden het heel interessant. Ze vinden het heel stoer. En het is ook wel leuk om naar Nederland te gaan, en je te realiseren dat het heel stoer is om in Londen te wonen. Dat vergeet je soms.”

Ben je nu een echte Londenaar?

“Ik heb vier en half jaar in Thaxet gewoond, en nu twee en een half jaar in Londen. Dus ik ben meer Brit dan Londenaar. Maat ik voel me wel echt een Londenaar, ik ga mee in de snelheid van Londen.”

Wat denk je dat de meerwaarde is van de buitenlandcorrespondent?

“De meerwaarde zit erin dat je eerstehand informatie krijgt. Anders gaat alles hetzelfde lijken.
Als elke krant één groot ANP bericht wordt gaan de kranten hoe dan ook terziele.
Ik ben ervan overtuigd dat ik als buitenlandcorrespondent een meerwaarde heb. Mijn verhalen komen echt uit het veld en zijn veel directer dan wat je vanaf een bureau geschreven wordt. Dus ik hoop dat de lezer daar meer interesse voor heeft. Maar op termijn? Ik weet het echt niet. Er wordt wel vaker geroepen dat de kranten ter ziele gaan. Maar media blijven belangrijk.”

Wat was voor jou tot nog toe het dieptepunt en het hoogtepunt hier?

“Heel specifiek journalistiek? London zelf, maar ik ben hier ook lid van de Foreign Press Association, die regelen vaak interviews voor buitenland journalisten. Ik was bijvoorbeeld vroeger een enorm fan van Stephen King, maar ik had al jarenlang niets meer van hem gelezen. Maar toen kreeg ik via de FPA de kans om Stephen King te interviewen. Ik had al jarenlang geen connectie met Stephen King meer, maar toen ik de man ontmoette, werd ik op slag verliefd op hem. Niet zozeer aantrekkelijk, maar er zit zo veel humor in hem, zoveel mooie woorden en zoveel schrijverspassie. Ik heb enorme bewondering voor hem.”

“En via de Foreign Press Association heb ik ook de Dalai Lama geïnterviewd. Dat was een hoogtepunt, al was het veel meer het beschrijven van hoe de man was, wat leuk was, dan te schrijven over wat hij verteld. Het is een bijzonder opgewekt persoon.”

En een dieptepunt?

7/7 was geen persoonlijk dieptepunt, maar wel een schrijnende gebeurtenis. Ik was zelf niet in Londen toen bommen vielen, ik was toen in het buitenland. Er zijn toen verslaggevers vanuit Nederland naar Londen gestuurd omdat dat toen goedkoper was. Ik ben drie, vier dagen later ermee aan de slag gegaan, heb veel meer de verwerkverhalen gedaan, dat waren echt schrijnende verhalen.”

“En ja, er zijn dieptepunten op het moment dat je een glas limonade over je PC gooit als je een deadline hebt. Ik ben wel eens naar de winkel gerent om een PC uit het schap te trekken nadat dat gebeurt was. Dat zijn wel dieptepunten ja.”

Hoe zie je de toekomst?

“Het liefste wil ik journalistiek blijven schrijven, of dat nou bij de GPD is of voor andere bladen. Maar ik wil ook part time niet-schrijvende functies gaan aannemen, conference producing, of de grafische kant op. Want ik wil graag een boek schrijven. En als je tijdens de week fulltime aan het schrijven bent, dan is het heel moeilijk om dat in het weekend ook nog te doen. Daarom wil ik werk hebben waarbij ik genoeg tractie hou. Natuurlijk ben ik een van de miljoenen op deze aardbol die een boek willen schrijven, maar ik wel een schrijver. Dus daar wil ik me op termijn op concentreren.”

Dit bericht is geplaatst in Internationaal, Interview, Journalistiek, Londen, media met de tags , . Bookmark de permalink.