Vandaag zouden we in vrede wereldkampioen zijn geworden

Het was een niet te onderdrukken gevoel mijn memoires te moeten delen. De dag nadat ik tijdens een lunch met de Belgische ambassadeur mijn toekomst definitief voor mij zag, wilde ik over het verleden schrijven. Over wat is geweest. Over alles dat mooi was. Wat niet meer is. Wat anders had kunnen zijn, maar vast zo had moeten zijn. Het leven is immers niet het leven dat je hebt geleefd, maar dat je je herinnert en hoe je het je herinnert om het te vertellen. Márquez leeft om te vertellen. Maar Márquez heeft geleefd. Ik bereid mij hier al 24 jaar op voor. Het was een niet te onderdrukken gevoel, maar ik wist er in te slagen. Zonder herinnering aan droeve hoeren leek het me niet gepast. Maar vandaag lééfde ik in het verleden. Ik zag de stad als een geschiedenisboek en zonderde mij af terwijl ik me tussen de mensen begaf.

Ik hoorde The Beach Boys en luisterde naar Bob Dylan. Heel ver weg waren vier kinderen aan het spelen. Ik rook verse vis op de Noordermarkt en zag een meneer lopen die op Martin Luther King leek. Het waren de jaren ’60. Op de stoep stond een oude Chevrolet geparkeerd, terwijl tegen de lantaarnpaal een verroeste Vespa stond na te pruttelen. Ik werd ingehaald door een gemotoriseerde Piaggo-driewieler. Op de brug had iemand in felle kleuren de liefde aan Maria verklaard. Ik was intens gelukkig vanmiddag. In de zwarte fietskrat was een vergeeld briefje van 5 euro gewaaid en mijn nieuwe Vans zaten sinds 1966 gepast om mijn voeten. De muziek kwam niet meer los van zijn tijd. Hand in hand met mijn schoenen. Stilgestaan en voor één middag teruggekeerd. The Beatles zongen dat ze zo blij waren samen. Ze hadden het over een merel en daarna wilden ze mijn hand vasthouden. Vandaag liet ik niet meer los.

Ik liet niet meer los, en had sinds tijden weer de tijd aan mijn voeten. Op een klein terras dronk ik espresso en prikwater. Ik hield niet zo van prikwater na koffie, maar moest het wel bestellen toen ik zag dat ze San Pellegrino schonken. Naast mij was een meisje gaan zitten. Ze droeg een strakke broek met lage zwarte All Stars. Een donkerblauwe trui tot op haar knieën met een grote capuchon en een pilotenbril. De lente deed voorzichtig haar intrede. Zelfverzekerd leek ze door de groene glazen te kijken en achter het gouden montuur dacht ik twee donkerbruine ogen te zien. Ogenschijnlijk ongeïnteresseerd in de wereld om haar heen nipte ze aan een mok cappuccino. Ze leek op een Franse actrice die in arthouse-producties speelde. Die speels door Parijs liep en zichzelf  ’s avonds hysterisch in slaap zou huilen om haar eenzaamheid en mislukte liefdesleven.

Ik bedankte de vriendelijke ober en liep de jaren ’70 in.  Johan Cruijff zou nog meegaan naar het WK in Argentinië en Linemayr zou geen blauw-witte bril op hebben. Rensenbrink zou niet op de paal schieten en Kempes niet twee keer scoren. De Vietnamoorlog was nooit gevoerd en Philip Bloemendal zou nog tweehonderd jaar het journaal voorlezen. Vandaag kon er eigenlijk niets gebeuren. Vandaag zou ik stokbrood eten en rode wijn drinken, de zon scheen recht mijn hart in. Ik leefde memoires van een tijd die ik niet had meegemaakt, maar beleefde ze zó intens dat ze deel begonnen uit te maken van mijn leven. Mensen om mij heen lachten en hielden van elkaar. De buschauffeur groette zijn passagiers zoals hij dat ruim dertig jaar later niet meer zou doen en ik deed mijn muziek uit toen ik in de supermarkt af moest rekenen. Vandaag was niet zoals ik de dag had geleefd, maar zoals ik het voor de rest van mijn leven zou herinneren.

Dit bericht is geplaatst in Zaterdagcolumn met de tags , , , , , , , , , , , , . Bookmark de permalink.